varens in de tuin terras
© Getty Images

Alles wat je moet weten over varens in je tuin

Eigenlijk zijn ze een beetje verlegen: varens houden van een plek in de schaduw. Maar nu ze zo hip zijn, staan deze knapperds terecht in de kijker.

Altijd groen, altijd groots

Slimme stadstuiniers weten het al lang: een schaduwtuin met varens is het summum van rust en sierlijkheid. Een watertje, schaduw en varens, en je hebt een zen-hoekje waar menig eigenaar van een grote, zonnige tuin jaloers van wordt.

varens

Varens staan ook erg mooi bij een moderne stadstuin, met hun architecturale look. Je kunt er een geweldige junglesfeer mee oproepen, niet toevallig groeien de meeste varens in het regenwoud.

Toch zijn varens geen kasplantjes, integendeel, veel soorten weerstaan probleemloos onze vrieskou, en ze hebben zelden last van ziektes. Bij ons leven tal van varens in het wild, van de piepkleine muurvaren tot de imposante adelaarsvaren.

Hun lievelingsplek is de halfschaduw, waar er

in de zomer ongeveer de helft van de dag zon komt, het liefst ochtend- of avondzon, en schaduw tijdens de middag.

 

Echte plantrekkers

Naar veel varens heb je geen omkijken. Zelfs zonder groene vingers kun je probleemloos de inheemse stijve naaldvaren (Polystichum aculeatum) in je tuin houden. Die blijft de hele winter ook nog mooi groen, en doet het goed op elke grond. Hij overleeft zelfs in de donkerste schaduw, zolang de bodem voldoende vochtig is. Zet hem gerust in een pot op het meest schaduwrijke plekje van je balkon of terras.

Zachte naaldvaren

De koningsvaren (Osmunda regalis) is ideaal voor een natte plek, bijvoorbeeld aan de rand van een vijver of poel, in de volle zon (ja, sommige varens doen het ook goed in de zon!) of halfschaduw. In de herfst verkleurt het imposante, 1,5 meter lange blad prachtig roodbruin.

Mag het wat meer opvallen? ‘Purpurascens‘ is in de lente ook nog eens schitterend purper.

Op droge plekken, bijvoorbeeld onder beuken of eiken, doen de smalle stekelvaren (Dryopteris carthusiana) en de eikvaren (Polypodium vulgare) het erg goed. Je vindt deze laatste zelfs terug in oude muurtjes en restjes puin. Of hoe een ‘vuil’ hoekje in je tuin toch een romantisch tintje kan krijgen.

 

Wet van de sterkste

Struisvaren

Varens blijven doorgaans beheerst op hun plek staan, maar sommige, zoals de struisvaren (Matteuccia struthiopteris), breiden zich wel graag uit. Doe er je voordeel mee! Heb je een wat vochtige schaduwhoek waar veel onkruid groeit, zet er dan struisvarens, ze gaan zelfs de concurrentie met brandnetels aan. Hun bladeren worden wel 1,5 meter hoog – al even indrukwekkend als de pluimen van een struisvogel, waar ze hun naam aan danken. In de lente, wanneer de bladeren zich uit het bruine, knobbelige hart ontrollen, is er geen mooier groen dan dit.

Ook venushaar (Adiantum venustum), een van de meest delicate varentjes voor de tuin, vormt met zijn wortelstokjes een prachtig tapijt. Laat je niet misleiden: hoe fragiel hij er ook uitziet, hij is bijzonder winterhard.

Heb je een grote tuin waar schoonheden met licht woekerende neigingen welkom zijn, plant dan de bolletjesvaren (Onoclea sensibilis).

Niet voor doetjes

Mannetjesvaren

Varens houden van vocht, maar sommige doen het verbazingwekkend goed op een droge plek. En dat is geweldig nieuws voor je tuin, want weinig planten groeien onder bijvoorbeeld een grote boom. Zo steelt de mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) op een droge schaduwplek met zijn immense bladeren de show – ruik aan het blad, het geurt naar vers hooi. Het is een van de gemakkelijkste tuinplanten, die het op veel plekken goed doet, en niet woekert. Zie je in onze bossen hoge varens, dan is het bijna zeker deze.

Ook dubbelloof (Blechnum spicant), de tongvaren (Asplenium scolopendrium) en de eikvaren kunnen goed tegen schaduw en droogte, en zullen het tussen de wortels van een boom naar hun zin hebben.

De inheemse wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) groeit op het donkerste plekje van je tuin (ze kan heel veel schaduw hebben), maar wil wel een beetje vocht; kurkdroog is lastig, voor deze varen.

Honderd procent groen

Tongvaren

Dertig tot veertig procent van alle varens blijft in de winter groen, en dat is een geweldige troef, zeker voor een stadstuin, waar je hartje winter best wat kleur kunt gebruiken. Met een eikvaren, dubbelloofvaren of naaldvaren (Polystichum setiferum) hou je je uitzicht het jaar rond levendig. Ook Polypodium cambricum ‘Falcatum O’Kelly’ blijft in een zachte winters groen.

Mag het iets bijzonders zijn? De tongvaren heeft een atypisch varenblad: niet geveerd, maar plat en smal, als een lange tong. Plant hem wel in de schaduw, in de zon krijgt hij zonnebrand. De varianten met ‘Crispum’ in de naam zien er het grappigst uit, met ‘tongen’ met gegolfde randen. Zet ze in als blikvanger voor de winter, in de zomer verdwijnen ze vaak onder het vele andere groen, en worden ze weer de bescheidenheid zelve.

Japanse regenboogvaren

Heb je maar een heel klein schaduwplekje? Aarzel niet, en plant de bijzondere wijfjesvaren Athyrium niponicum var. pictum. Het is een echte schoonheidskoningin, die schittert met zilveren blad en rozerode nerven – niet toevallig wordt ze ook wel eens de regenboomvaren genoemd. Je hebt tal van varianten, met wat meer metaalkleur of meer rood, zoals ‘Silver Falls’, ‘Ursula’s Red’ en ‘Wildwood Twist’.

 

Bos op je terras

Hoefijzervaren

Voor varens hoef je niet altijd een tuin te hebben; je kunt ze ook op een schaduwrijk terras of balkon kwijt, zoals de wintergroene naaldvaren ‘Plumosum’, met fijne, pluimachtige bladeren, de mannetjesvaren, en het dubbelloof (Blechnum spicant). Plant ze in potgrond die je voor de helft met bladaarde (geen compost!) mengt en geef ze elke week water.

Heb je zelfs geen balkon? Niet getreurd, tussen varens zitten ook prachtige kamerplanten. De subtropische vleugelvaren (Pteris cretica) is tevreden met weinig licht en fleurt met plezier een donkerdere hoek in huis op.

Ook de hertshoornvaren (Platycerium bifurcatum) doet het prima met wat schaduw, als je hem maar niet vergeet water te geven. Is het je trouwens al opgevallen dat de naam van een varen vaak zegt hoe hij eruit ziet? Zo lijkt de hertshoornvaren ook echt op een gewei van een hert (of een eland), en steekt de tongvaren effectief lange groene tongen uit. De vleugelvaren heeft grappige vleugeltjes en de adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) zet z’n bladeren wijd als een adelaar.

Al hebben de wijfjes- en mannetjesvaren dan weer niets met het geslacht van de plant te maken, en vormen ze ook geen koppel. Vroeger werden planten die veel op elkaar lijken, onderscheiden door ze mannetje of vrouwtje te noemen. De grootste, hoogste, stevigste werd tot mannetje gebombardeerd – wat had je gedacht – en de sierlijkste tot vrouwtje. Pure botanica uit de oude doos; zo’n seksistische indeling zou vandaag geen schijn van kans meer maken.

 

Meer groen in de tuin

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van de beste groentips en wooninspiratie!

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."