Karen
“Het spreekwoord zou ‘Uit het oog, ín het hart’ moeten zijn. Ik spreek uit ervaring”
Hoofdredactrice Karen is 47 en gelukkig getrouwd met Koen. Er is bij haar thuis altijd leven in de brouwerij, met haar drie kinderen Oliver, Noor en Anthony, én hond Goemmer.
Een leven in Brazilië
Het spreekwoord ‘Uit het oog, uit het hart’ klopt volgens mij niet. Het is vaak net het tegenovergestelde. Hoe minder je iemand soms (nog) ziet, hoe meer ze in je hoofd en hart een dansje lijken te doen.
Neem nu mijn neef Jo. Hij verhuisde begin dit jaar naar Brazilië, samen met zijn vrouw en twee kleine dochters. Brazilië is echt wel ver, 9660 kilometer om precies te zijn, oftewel een wel erg grote oceaan en een lange reis met het vliegtuig. En nu mogen Jo en zijn vrouw wel echte wereldreizigers zijn die het vliegtuig nemen als was het een bus, voor ons is dat toch niet zo.
Hoe minder je iemand soms nog ziet, hoe meer ze in je hoofd en hart een dansje lijken te doen
Ze zijn dus wel degelijk compleet ‘uit ons oog’. En dat gaat verder dan kilometers. Al lijkt het uurverschil op zich nog wel mee te vallen – het is hier zo’n vijf uur later dan in Sao Paolo waar zij wonen – hun leven speelt zich toch af op een totaal ander tijdritme dan het onze. Even naar elkaar bellen met onze drukke dagschema’s is dus niet zo simpel, en ik ben – toegegeven – al niet zo’n goede beller. Na een dagje werken achter de computer, heb ik vaak meer zin in een wandeling of een goed boek.
Af en toe sturen we fotootjes naar elkaar, of stuurt mijn tante er eentje door. Steevast zijn dat mooie kiekjes van twee schattige, snel opgroeiende meisjes, klaar voor de dansles of een verkleedpartijtje. Of van Jo en Regina, lachend bij het zwembad, of op een Braziliaans feestje. Het hele gezin ziet er overduidelijk gelukkig uit daar, en dat stelt me gerust.
En toch blijft hun vertrek een beetje raar aanvoelen. Niet dat we vroeger elkaars deur platliepen, verre van. Maar ik wist wel dat Jo ergens in België woonde, dat we elkaar konden zien als dat moest, of als we dat wilden. Dat ik hem kon tegenkomen op een Antwerps terras, of in Lier op een familiefeest. En dat was genoeg.
Nu dat niet meer zo is, denk ik veel meer aan hem en poppen er soms spontaan doorheen de dag herinneringen op. Als Oliver weer eens heel fel gemorst heeft aan tafel, of als Anthony een veeg ketchup aan z’n lippen heeft hangen, denk ik: net onze Jo. Als ik in de auto zit en ze spelen Billy Ocean met ‘When the going gets tough’, of een andere eightiesplaat op de radio, zie ik ons weer playbacken en danspasjes nadoen, backing vocals inbegrepen. Ik heb duidelijk veel herinneringen aan onze Jo.
Niet dat we vroeger elkaars deur platliepen. Maar ik wist dat ik hem kon tegenkomen op een terras of familiefeest, en dat was genoeg
We zijn zowat samen opgegroeid. In de lagere school gingen we iedere middag samen naar bomma en bompa om daar iets te eten. Twee witte ronde kopjes met blozende wangen en in de winter een beetje witter rond onze neus. We keken dan samen naar ‘Dodu Dodo’ op de Franse tv en na school naar ‘Daktari’ en ‘The ATeam’. Of we deden gek en speelden toneeltjes op liedjes als ‘Joke, stop toch met koken’, ‘Annie, hou jij m’n tassie effe vast’ en ‘Er staat een paard in de gang’. Als ik nu met de auto door een tunnel rij, hoor ik Jo als kind uitgelaten roepen: ‘Hou uw buik vast!’ en – ik kan het echt niet laten – mijn hand gaat dan altijd even naar m’n navel.
Ik heb dus veel herinneringen. En die zijn niet zomaar verhuisd naar Brazilië. Ik weet het wel zeker, het spreekwoord zou ‘Uit het oog, in het hart’, moeten zijn, ik spreek uit ervaring.