Lezeres in het buitenland: “De vliegmaatschappij ging failliet, het retourticket was niets meer waard. Het teken dat het meant to be was”
Steeds meer Belgen zoeken hun geluk in het buitenland. Kristel is één van hen. Zij verhuisde achttien jaar geleden samen met haar man Peter, en haar twee zonen Tibor en Branko, naar Alberta in Canada.
Zin voor avontuur
Kristel (48): “Het was eigenlijk mijn man Peter die me op een dag, zo’n vijfentwintig jaar geleden, vertelde dat hij een leven elders wel zag zitten. Niet moeilijk, want in 1989 trok hij naar Berlijn, net toen de muur ging vallen. Hij heeft die gebeurtenis van héél dichtbij meegemaakt, en besefte toen dat er veel meer was dan wat er onder de kerktoren te beleven viel. Maar eerlijk: ik stond niet meteen te springen om alles en iedereen achter te laten.
Toch begon ik steeds meer aan het idee te wennen. Zeker toen Canada ter sprake kwam. Een land met véél meer natuur, meer vrijheid, minder pollutie, minder stress en vooral meer kansen voor de kinderen. De zin voor avontuur werd in mij aangewakkerd, en zag ik een leven elders stilletjes aan beter zitten. Zeker omdat Tibor en Branko, toen zeven en tweeënhalf jaar oud, nog zo jong waren. Ik wist goed: als we het wilden doen, dan was het nú het moment. ”
Een werk van lange adem
Maar we wilden natuurlijk niet halsoverkop vertrekken, juist omdat we twee kleine kindjes hadden. Een tijdelijke verblijfsvergunning was dus voor ons absoluut geen optie, want voor je het weet, ben je illegaal in het land, wat strafbaar is. Als ‘landed immigrant’ konden we wél met een gerust hart vertrekken, maar dat heeft veel voeten in de aarde gehad. Geboorteakten, bankdocumenten, een bewijs van goed gedrag en zeden, … Wat allemaal ook vertaald moest worden. Het leek alsof er maar geen einde aan kwam, maar gelukkig kregen we de toestemming om ons definitief te settelen in Canada en waren we helemaal klaar voor de grote stap.
Of toch bijna. Het enige wat we nog niet hadden, was een huis. Maar met de hulp van makelaar in Okotoks zelf, de plek waar we naartoe wilden, vonden we een bemeubeld appartementje om de eerste weken te overbruggen. Eén keer we geland waren in Canada, konden we dan rustig zoeken naar een échte thuis.
En toen kwam het afscheid…
En dan kwam natuurlijk het afscheid, wat toch niet makkelijk was. Zeker omdat niet iedereen begreep waarom we wilden verhuizen. ‘Jullie hebben het toch goed? Een mooi huis, een goede job?’ En dat was zeker zo, maar voor ons was dat niet het belangrijkste. Peter en ik hadden zin in een avontuur, nood aan verandering. En zelfs Tibor zag het helemaal zitten. Dus waarom niet?
Om iedereen nog een laatste keer te zien, en eens goed vast te pakken, organiseerden we een grote fuif, mét barbecue, in Merksem. En ik moet toegeven: dat moment was er één met gemengde gevoelens. Natuurlijk stonden we te popelen om aan ons nieuwe avontuur te beginnen, maar tegelijk viel het ons zwaar om van iedereen afscheid te nemen. Ja, er zijn heel wat traantjes gevloeid, maar dat is normaal, toch?
Dag België, hallo Canada
Op 1 juli 2001 stapten we op het vliegtuig, op weg naar Canada, met een hoop valiezen en fietsen. Die eerste weken waren echt zalig, net vakantie. Alles was nieuw, er viel zoveel te ontdekken. De supermarkten bijvoorbeeld, die een stuk groter waren dan we gewend waren. Het was echt zoeken naar de juiste dingen. In het begin hebben we vaak de verkeerde boter meegenomen. (lacht) En na twee weken vonden we ook een huis. Na wat schilderwerken en de verhuis van de meubels, waren we op 1 september helemaal gesetteld.
Moeilijker was een job vinden. Oorspronkelijk was het idee dat Peter werk ging zoeken, en ik een paar maanden thuis ging blijven voor de kinderen. Maar daar stapten we al snel van af en ging ook ik op zoek. Met succes, want ik kon beginnen bij de Canadian Pacific Railway. Peter stortte zich toen op het huis. Op het moment dat hij zich helemaal kon focussen op zijn zoektocht naar werk, gebeurde het onwaarschijnlijke: de aanslagen van 9/11. De arbeidsmarkt stortte volledig in, waardoor het nog even heeft geduurd voor Peter werk vond.
Meant to be
Het waren heftige maanden, zeker na die aanslagen. Maar spijt hebben we nooit gehad. Het grappige is dat we toen we de vliegtuigtickets boekten, we ook een retourticket kochten. Dat was goedkoper, en het gaf ons ook de mogelijkheid om terug te keren als het avontuur toch tegenviel. Tot de maatschappij failliet ging… Het teken dat het meant to be was.”
THE CANADIAN DREAM
Het grootste cultuurverschil: “Zeker in Alberta zijn de eetmomenten héél anders. Er wordt gewoon geen tijd voor gemaakt, eten is eerder een noodzakelijk kwaad dan een gezellig familiemoment. Ga je op restaurant? Dan hebben ze liefst dat je niet te lang blijft plakken. Jammer!”
De aangenaamste verrassing: “Dat de Canadezen zo hartverwarmend zijn. Als ik hulp nodig heb, moet ik het gewoon vragen en er is altijd wel iemand die een handje toesteekt. Dat geeft zo’n fijn gevoel.”
Het grote voordeel: “De natuur, én de bergen rondom ons. Dat is gewoon puur genieten.”
Het grote nadeel: “Zonder twijfel: het gemis van familie en vrienden. Canada is niet bij de deur, dus een spontaan bezoekje zit er niet meer in. En toen ik een kleine twintig jaar geleden vertrok, stond ik er helemaal niet bij stil dat nu, zoveel jaar later, iedereen ook ouder is. Mijn vader overleed onlangs, en dan word je wel met je neus op de feiten gedrukt.”
De levenskwaliteit: “Canada is absoluut geen slecht land om te wonen. De vroegere klasgenootjes van Tibor dachten dat we tussen de ijsberen in iglo’s gingen wonen. (lacht) Dat is natuurlijk niet zo.”
De grootste blunder: “Een taalkwestie, al dacht ik dat mijn Engels best oké was. Zo zei ik ooit: ‘I’m not wearing any panty’s today.’ Wel, in Canada zijn panty’s geen kousenbroeken, maar onderbroeken. Mijn collega’s keken héél raar op. (lacht)”
Het moeilijkste moment: “Het afscheid, zonder twijfel. Dat is én blijft elke keer moeilijk.”
Het grootste gemis: “Het gezellig samenzijn, zeker als we op restaurant gaan. In Alberta moet je je haasten aan tafel, terwijl je in België perfect urenlang kon tafelen. Dat mis ik wel.”
Spijt? “Absoluut niet! Maar ik ga de laatste tijd wel meer dan vroeger naar België, om familie en vrienden te bezoeken. Zeker sinds mijn zus, en de broer van Peter, zélf kinderen hebben, en mijn vader overleed. Iedereen wordt ouder, dus we willen zoveel mogelijk genieten van de liefde en vriendschap, voor het te laat is.”
LEES MEER VERHALEN VAN LEZERESSEN DIE BELGIË ACHTERLIETEN:
- Lezeres in het buitenland: “Plots kreeg ik een pasgeboren kindje in mijn armen geduwd. Louis, noemde ik hem, naar mijn overleden vader”
- Lezeres in het buitenland: “Elke dag is het puur genieten. Missie geslaagd!”
- Lezeres in het buitenland: “Het waren jaren vol ups en downs, maar spijt heb ik nooit gehad”
Volg ons op Facebook, Instagram, Pinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!